zondag 19 februari 2023

Een zoete waan


Een zoete waan

De burgemeester was gestorven en er moest een nieuwe worden gevonden. Dat ging niet zo gemakkelijk als de gemeenteraad wel wilde. De kandidaten die de commissaris van de koningin voorstelde maakten niemand echt enthousiast. Er was geen man of vrouw bij die het dorp iets te bieden leek te hebben. Bovendien moesten de altijd weloverwogen adviezen van de oude majesteit zelf worden gemist. Zij was ziekelijk en kon zich voorlopig niet met de sollicitaties bezighouden. Toen de politici het vervolgens af lieten weten en het zoeken opgaven was in kleine kring het idee ontstaan om iemand uit het dorp te vragen en die dan maar zelf te benoemen. Hoe ze op de jongen gestuit waren is niet meer te achterhalen. Feit is dat de dokter en de notaris op een dag bij hem op de stoep stonden, binnengelaten werden en vroegen of hij hun burgemeester wilde worden. Ze kenden de jongen allebei vanwege hun werk. De dokter had hem voor al zijn kinderziekten behandeld en de notaris was destijds gevraagd het testament van zijn ouders op te maken. Ze vonden hem intelligent, zelfstandig en erg innemend. De dood van zijn vader en moeder had de jongen vroegtijdig volwassen gemaakt. Hij leek een speels gevoel voor verantwoordelijkheid te hebben ontwikkeld en bezat een ernst die ze bij geen van zijn leeftijdsgenoten aantroffen. 
Toen de jongen hoorde dat de notabelen hem burgemeester wilden maken, was het alsof de hele wereld ineens tot volle bloei kwam. Hij raakte bedwelmd door haar geuren, in zijn oren zoemde het van geluk en hij voelde zich licht worden in zijn hoofd. Niet dat hij alles van burgemeesters wist en er van jongsafaan één had willen worden. Het was de uitverkiezing die zijn leven rond maakte, de eer die het dorp hem aandeed. Hij zou er de hele dag aan kunnen denken, om dan 's avonds met een voldaan gevoel naar bed te gaan. Zonder aarzelen stemde hij toe, en de dokter en de notaris liepen naar het gemeentehuis om de ambtenaren van het nieuws op de hoogte te stellen. 
Daarna gebeurde er wekenlang niets. De jongen ging overdag naar school, net als anders, en de avonden bracht hij thuis door, in stilte genietend. Zijn verkiezing koesterde hij als een geheim. Het was hem veel te mooi om met anderen te delen. Deed hij dat wel dan zou het geluksgevoel misschien verloren gaan en zijn leven alleen maar weer gewoner worden. Een enkele keer echter, meestal vlak voor het slapen gaan, knaagde er onrust aan zijn ziel. Dan was hij bang de dokter en de notaris niet goed begrepen te hebben. Was er tijdens de korte ontmoeting die hij met de twee had gehad echt niets meer gezegd dan wat hij had gehoord? Een antwoord op zijn vraag vond de jongen niet, omdat hij altijd snel in slaap viel. 's Ochtends leek de lichte paniek van de vorige avond alleen nog een gril, en hij zette zijn mijmeringen voort. Zolang de notabelen tevreden waren zou hij zich blij kunnen voelen. 
Het was uiteindelijk de dokter die na veel heen en weer gepraat op de jongen werd afgestuurd met de boodschap dat het uit was tussen hem en het dorp. Het burgemeesterschap ging naar een ander omdat hij ongeschikt was gebleken voor het ambt, dat kon de dokter hem officieel meedelen. Geen dag, nog geen uur had hij zich op het gemeentehuis vertoond, voegde hij er zelf boos aan toe. De notabelen hadden verwacht dat hij zich zou inspannen om hen en het dorp voor zich te winnen. Ze dachten dat hij alleen maar ontdekt hoefde te worden om in actie te komen. Maar uiteindelijk was gebleken dat ze zich hadden vergist.

Amsterdam, 19 april 1991 
Gepubliceerd Begane Grond 2/91 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten