Een zoete waan
Toen de jongen hoorde dat de notabelen hem burgemeester wilden
maken, was het alsof de hele wereld ineens tot volle bloei kwam. Hij
raakte bedwelmd door haar geuren, in zijn oren zoemde het van
geluk en hij voelde zich licht worden in zijn hoofd. Niet dat hij alles
van burgemeesters wist en er van jongsafaan één had willen worden.
Het was de uitverkiezing die zijn leven rond maakte, de eer die het
dorp hem aandeed. Hij zou er de hele dag aan kunnen denken, om
dan 's avonds met een voldaan gevoel naar bed te gaan. Zonder
aarzelen stemde hij toe, en de dokter en de notaris liepen naar het
gemeentehuis om de ambtenaren van het nieuws op de hoogte te
stellen.
Daarna gebeurde er wekenlang niets. De jongen ging overdag naar
school, net als anders, en de avonden bracht hij thuis door, in stilte
genietend. Zijn verkiezing koesterde hij als een geheim. Het was hem
veel te mooi om met anderen te delen. Deed hij dat wel dan zou het
geluksgevoel misschien verloren gaan en zijn leven alleen maar weer
gewoner worden.
Een enkele keer echter, meestal vlak voor het slapen gaan, knaagde er
onrust aan zijn ziel. Dan was hij bang de dokter en de notaris niet
goed begrepen te hebben. Was er tijdens de korte ontmoeting die hij
met de twee had gehad echt niets meer gezegd dan wat hij had
gehoord? Een antwoord op zijn vraag vond de jongen niet, omdat hij
altijd snel in slaap viel. 's Ochtends leek de lichte paniek van de
vorige avond alleen nog een gril, en hij zette zijn mijmeringen voort.
Zolang de notabelen tevreden waren zou hij zich blij kunnen voelen.
Het was uiteindelijk de dokter die na veel heen en weer gepraat op
de jongen werd afgestuurd met de boodschap dat het uit was tussen
hem en het dorp. Het burgemeesterschap ging naar een ander omdat
hij ongeschikt was gebleken voor het ambt, dat kon de dokter hem
officieel meedelen. Geen dag, nog geen uur had hij zich op het
gemeentehuis vertoond, voegde hij er zelf boos aan toe. De notabelen
hadden verwacht dat hij zich zou inspannen om hen en het dorp
voor zich te winnen. Ze dachten dat hij alleen maar ontdekt hoefde te
worden om in actie te komen. Maar uiteindelijk was gebleken dat ze
zich hadden vergist.
Amsterdam, 19 april 1991
Gepubliceerd Begane Grond 2/91
Geen opmerkingen:
Een reactie posten