maandag 22 april 2024

Kijk eens in de spiegel

Kijk eens als een buitenstaander naar ons westerlingen.
Zeventig jaar geleden hebben we zes miljoen van onze medeburgers omgebracht, nota bene middenin een wereldoorlog. Per jaar doden we honderden echtgenotes. We misbruiken onze eigen kinderen en die van anderen. Waar ter wereld we ook op vakantie komen, we lopen er rond zoals het ons uitkomt, zo bloot mogelijk. Onze kranten staan vol met berichten over de corruptie van onze regeerders. We eten zoveel dat we en masse te dik zijn geworden, maar de wereldvoedselvoorraad met te magere mensen delen, ho maar. Voor onze kusten verdrinken mensen bij duizenden, onder andere omdat ze niet aan voldoende voedsel kunnen komen. En wat doen we? We zetten de marine tegen hen in. En onze bejaarde ouders en grootouders doen we in verzorgingstehuizen, waar we hun verzorgers niet genoeg tijd en geld geven om hen waardig te verzorgen.
Kortom, we zijn niet alleen democratisch en christelijk en tolerant en liberaal en vrij en gelijk en broeders en zusters en één grote familie. Evenals sommige andere volken uit andere windstreken zijn we ook moordzuchtig, hebzuchtig, egoïstisch, hypocriet, hoogmoedig, kortzichtig en cultureel arm.

zondag 26 november 2023

Dagboek

(Eerste dagboeknotitie. Ik ben veertien jaar oud, derde klas MULO. Mijn vader werkt mee aan de sluiting van de Lauwerszee.)
 
18 augustus 1969, maandag
Vandaag is dokter Philip Blaiburg overleden. Hij leefde 19 maanden en 15 dagen met een ander hart. - In Noord-Ierland is het weer wat rustiger. Er zijn nu 8 doden gevallen. - Mike Collins gaat niet meer de ruimte in. Het gezin moet eronder lijden, zei Collins. - Er was ook weer een treinongeluk, Zaltbommel-Groningen. Eén zwaargewonde. Melkwagen reed door. - De scholen zijn ook weer begonnen. - Heit moet morgen erg vroeg: om 5 uur in Zoutkamp.

(Eerste notitie in tweede schrift. Ik ben bijna 17 jaar oud, Havo-leerling.)

6 februari 1972, zondagmorgen, 01:12 uur, 1 [= dag 1 in Christus]
Jezus Christus is in mijn leven gekomen op 5 februari 1972, ´s avonds om 10 voor elf in de Westerkerk te Leeuwarden toen ik hem samen met G [klasgenoot] en JK [evangeliste] vroeg of hij in mijn leven wilde komen. En Jezus kwám. Een heerlijk gevoel van nieuw leven heeft ons doorstroomd en is nog in ons.

(Eerste notitie in derde schrift, dat loopt tot en met 5 oktober 1974. Ik ben 19 jaar oud en student maatschappelijk werk, sociale academie, Leeuwarden.)

5 april 1974, vrijdagavond, 23:26 uur, 6967 [= 6967 dagen oud]
Voor mij ligt een vreselijk vol boek met volgeschreven blaadjes, mijn dagboek oude stijl. Ik moet maar zo gauw mogelijk zien te vergeten, dat dit wat nieuws is, dat ik hier iemand moet inwijden in de dingen, die in het oude dagboek zijn genoemd. Daarom geen overzicht, geen toekomstwensen, ik ga gewoon door. 
Tja, daar overleed op 2 april opeens president Pompidou. Hij was al 16 maanden ziek, maar daarvan is officieel nooit iets bekend gemaakt. Ook nu wordt er niet over gesproken, maar men denkt, dat het beenmergkanker is geweest. Hij is dan ook gistermiddag in alle stilte al begraven en er hebben zich ook al 6 kandidaten-opvolgers aangemeld. Men heeft waarschijnlijk rekening gehouden met zijn dood of aftreden. Morgen is er een rouwplechtigheid waar de grote leiders kunnen komen om Pompidou te eren. Ook Nixon zal, net als bij de Gaulle, van de partij zijn. Het lijkt, dat hij alleen maar komt als er een begrafenis is. - Ik hoop, dat er morgen tijd is voor meer persoonlijke dingen, want behoefte is er wel.

(Eerste notitie in het vierde schrift, dat loopt tot en met 10 september 1975.)

5 oktober 1974, zaterdagavond, 20:49 uur, 7149
Na precies een half jaar was het ouwe boek vol en kon ik aan het nieuwe beginnen, dat ik met m´n vooruitziende blik al in juli had gekocht. Ergens hoop ik maar, dat ik niet weer een heel boek in een half jaar vol pen, aan de andere kant is een afwisselend leven ook erg leerzaam en ik ben nu eenmaal gek op dit soort schrijven. 
A [mijn verkering in 1972 en opnieuw kort in 1974] is weggebleven. Ik verwachtte hem vanmiddag en eigenlijk vanavond tot half negen ook nog wel, nu zal hij zeker niet meer komen. Toch kan elke voorbij rijdende auto stoppen en binnen een paar minuten kan hij dan voor voor mij staan. Hij zal wel ziek zijn of het erg druk hebben. Dit soort situaties ontstaan als je niet meer aan de ander gebonden bent. Dan kom je niet meer koste wat het kost en dan stuur je geen telegram of bel je iemand die het kan doorgeven. Nee! dan denk je, ach ik schrijf maandag wel een brief met verontschuldigende woorden en de mededeling dat het de volgende keer niet aan mij zal liggen. Nee, als het enigszins kan dan krijgt A ervan langs. Hij kan nu wel niet meer van mij houden, toch heeft hij maar rekening te houden met mijn gevoelens.
 
(Eerste notitie in het vijfde schrift, dat loopt tot en met 9 juli 1978. Ik ben 20 jaar, zit in het derde jaar van de opleiding en woon sinds mei in een duplex.)
 
14 september 1975, zondagmorgen 11:19 uur, 7494
Beginnend aan een boek [schrift] van 300 blz. dat eerst nog even moet wennen omdat het anders is dan de beide voorgaande. Voordat dit boek volgeschreven is, zijn we waarschijnlijk al een jaar verder. Het is bijna niet voor te stellen. Maar in een leven als dat van mij wordt zoveel geschreven over datgene wat beleefd wordt, dus dan is het nog te lang, een jaar, om dit boek vol te krijgen. 

(Eerste notitie in het zesde schrift, dat loopt tot en met 13 november 1978. Ik ben 23 jaar, maatschappelijk werker op het Eindhovense woonwagenkamp Doolplein.)

9 juli 1978, zondagmiddag, 8525
Mannenemancipatie
Hardstikke nodig, veel behoefte aan in deze wereld, als tegenhanger van wat vrouwen aan nieuw bewustworden meemaken. Mannen die gevoelens toegeven, de onechtheid van hun doen en laten ontdekken, overbodige ballast weggooien en eigen behoeftes gaan verwezenlijken. 
Het is me duidelijk geworden - duidelijker - door de homofielengroep [COC] van het afgelopen jaar. En door A., D. en L. [respectievelijk collega/vriendin en huisgenoten]

(Eerste twee notities in het zevende schrift, dat loopt tot en met 20 april 1979. Ik ben 24 jaar. Ik heb me aangesloten bij de Roze Driehoek, een actiegroep die zich inzet voor de bevrijding van homoseksualiteit. In de vakantie een S. leren kennen, die in Parijs woont en werkt.)

13 november 1978, maandagmiddag 13.15 uur, 8654
Dag nieuw dagboek. Je papier schrijft leuk; je hebt geen kantlijn, net als mijn vorige boek. Dat vind ik prettig. Ik ga lezen in Suzanne Broggers boek "Deliver us from love". A. is wezen eten tussen de middag, met D. [stagiaire] Dat was hartverwarmend, dat deed me goed. Tot straks.

16 november 1978, donderdagavond, 21.46 uur, 8657
Morgenavond om 10 uur hoop ik weer in Parijs te zijn. Ik hoop ook, dat ik dan niet zo moe ben als nu. Ik ga zometeen naar bed om de verloren slaap in te halen. Maandagnacht verstoorden D. en L. [de huisgenoten ] mijn slaap. Gisternacht was het een ruzie met B. [stagiaire] waardoor ik om half twee in mijn bed lag en een discussie met A. [collega/vriendin] waardoor ik pas om half drie in slaap viel. Jammer, ik wilde deze week zo graag uitrusten voor het weekend in Parijs. Van 1 nacht kan het echter niet komen. Afijn, dan maar met minder genoegen genomen. 

(Eerste notitie in het achtste schrift, dat loopt tot en met 25 september 1979. Bij de Roze Driehoek heb ik J. leren kennen.)

24 april 1979, ´s avonds, 8814
Twee vrije dagen om weer bij te komen. Reny [mijn zus] op bezoek, vandaag, morgen en overmorgen. Dinsdag begint ze als secretaresse op de röntgenafdeling van Triotel [ziekenhuis in Leeuwarden]. 
Nekpijn, spanning en kou. J. blijft slapen, op mijn verzoek. 

(Eerste notitie in het negende schrift, dat loopt tot en met 9 juli 1981. Bij de Roze Driehoek heb ik T. leren kennen.)
6 oktober 1979, zaterdagavond, bij T., in de ....straat
We zijn terug uit Schiermonnikoog, in T´s nieuwe huis, waar hij samen met H. [z´n broer] en M. [Roze Driehoek] woont. P. [Roze Driehoek] en I. [vriendin van H.] zijn er ook. Tot nu toe hebben we bijgepraat over de dingen die hier [in Eindhoven] zijn gebeurd, en met ons tijdens de vakantie. Nu ben ik het even moe, ik heb even genoeg gehad van alle verhalen die op me afkomen, ik wil graag even bij mezelf zijn. 
Zoals het me nu voorkomt is dit een beangrijk element in onze relatie aan het worden: praten over en bezig zijn met flikkerstrijd, onmannelijk zijn, de konsekwenties daarvan, konfronterend zijn, open en eerlijk zijn, kortom hard bezig zijn met zelf antwoorden vinden op allerleid dingen waarmee anderen ook bezig zijn. 
Soms is het me gewoon teveel, zoals nu effetjes. Ik kan niet zo goed aansluiting vinden met verhalen uit mijn eigen wereld. Ik maak wel wat dingetjes mee: mensen reageren op mijn gelakte nagels of op m´n buttons. Maar P. bv. laat meer zien, in z´n lopen, in z´n praten, in z´n reageren. En dat heb ik (nog) niet. Ik vind het soms (nog) herrie, en dan heb ik behoefte om na te denken over wat er zich nu precies voordoet.

(Eerste notitie in het tiende schrift, dat loopt tot en met 28 maart 1983.)

13 juli 1981, maandag, 21.20 uur, 9687
Ik ga in dit boek verder [cadeautje van T.], niet in het door mijzelf gekochte schrijft, waarbij ik het gevoel had aan een nieuwe periode te beginnen, een gevoel dat T. beangstigde, wat mij aan het denken zette, want het komt nauw bij mij in dit soort dingen, en het is inderdeaad geen nieuwe periode, het is een voortzetting van waarmee ik bezig was, alleen, samen met T., samen met J., M., T. [andere leden van de Roze Driehoek] en soms A., T., [vriendinnen] en met mamma.


(Deel 39. Ik woon inmiddels in Portugal en leer kinderen en volwassenen Engels en later ook Portugees spreken.)

8 juni 02, saturdag
Ik droomde dat mensen aandelen hadden in Seks, Eten en Slapen, die ze konden verkopen voor dingen als een betere baan, meer vakantie, verre reizen, een groot huis, een tweede badkamer, een derde auto, een vierde telemóvel, and what have you. Maar ze konden ook meer aandelen kopen, geloof ik. Het was in ieder geval een van de verklaringen waarom er zoveel dikke mensen in het Westen zijn en waarom iedereen het altijd en overal over seks heeft.
 
30 april 14, woensdag
Voor het eerst sinds 1949 is het geen Koninginnedag meer. Het is een warme dag. De lucht is warm. De wind komt uit het zuidoosten. 
Zodra ik klaar ben met Mist (manuscript) vertrek ik. 
Een leerling bracht Indiaas bier mee voor mij. Zo aardig! Mensen zijn heel aardig. En ineens ook weer helemaal niet. Dan zijn ze onverdraagzaam, of xenofobisch, egoistisch, kortom lelijk. Een gevoel van diepe teleurstelling overvalt me bij de zoveelste uiting van onbegrip voor elkaar, van korte termijndenken, van domheid als het gaat om het begrijpen van onze geschiedenis.
 
18 juli 14, vrijdag
13:44 uur - Oekrainers hebben een vliegtuig neergehaald. Iedereen aan boord is dood, al bijna 24 uur. Vreselijk.
 
19 juli 14, zaterdag
14:20 uur - Triest nieuws. Namen. Leeftijden. Verhalen.
 
23 juli 14, woensdag
18:15 uur - Als ik over het neerschieten van het vliegtuig lees, over de passagiers en over wie achterbleef, achtervolgt me dat, blijft me dat bij, kruipt dat in mijn vlees, hart, hoofd, ziel.
Poetin-bashing doet het goed op dit moment. Een burgemeester en oud-journalist twittert een lelijk verwijt aan hem, noemt daarin ook diens dochter. Ik vind het een veeg teken, als een journalist niet meer de andere kant van het verhaal wil zien en liever het hart op de openbare tong draagt, voor iedereen te zien en te horen. Alsof Poetin de telefoon pakt en een militiehoofd zegt wat die moet doen. Alsof de VS meteen opening van zaken gaf toen het een Iraans vliegtuig neerhaalde. Nee, tot op vakantie in Turkije zullen Nederlanders hun gram halen en Russen de rug toekeren, Russische toeristen nota bene, toeristen als zijzelf. 
 
16 augustus 14, zaterdag
Vijandsbeeld - duikt op als het nodig is, als 198 Nederlanders sterven. "Die Poetin, zijn gezicht, brr, ik vertrouw hem niet." Alsof het ooit anders is geweest, alsof er ooit een Russische leider is geweest die ze wel vertrouwden, alsof ze niet huiveren bij elke Rus die ze zien of horen. Of bij elke Oekrainer.

20 julij 14, zondag
14:00 - Heerlijk, zondag, mooi zomers weer, doet een beetje Fries aan, met een verfrissende wind van zee.
In ´81 was ik met T. in Rome op een camping. Daar maakten we kennis met een Nederlander die ook vakantie hield. Hij was met een groep. Ze reden met hun caravans door Europa. Mensen in bonus waren het, uit Leiden, het Gooi. Golfers, vrindjes. Tegenwoordig tref je ze overal in het zuiden aan: camperaars heten ze, rondtrekkend als zigeuners, vrij als een vogeltje dankzij de AOW en hun eigen pensioen. "We hebben er altijd hard voor moeten werken," beet een van hen ooit van zich af toen ik belangstelling toonde voor haar reisdoelen. Wat Leiden en het Gooi hadden, wou haar generatie ook. En ze hebben het gepakt, voor elkaar gekregen. Wel is het geld nu op en heeft de volgende generatie het nakijken. Delen kwam in het woordenboek van hun ouders niet voor. 
 
24 augustus 14 
Durão Barroso, de Portugese voorzitter van de Europese Commissie, heeft zich de laatste maanden duidelijk nog even te goed gedaan aan de vleespotten van Brussel. Waarschijnlijk met het oog op zijn terugkeer naar Lissabon, waar hij weet dat de salarissen dertig procent lager liggen en de werkeloosheid op vijftien procent blijft hangen. Na tien jaar niets doen in de Brusselse marge heeft hij alles van een voldane tuinkabouter. Hij is de dikke dwerg uit het sprookje van Sneeuwwitje geworden, een voldaan glunderende dikke dwerg.

5 april 15
Het witte ras is hebzuchtig. En het doodt uit hebzucht. Om zichzelf groot en uniek te maken, heeft het zich de christelijke godsdienst aangemeten. Van buiten zijn ze heilig en goed, hun daden bewijzen het tegendeel. 

6 april 15
Lekkere, zuivere olijfolie lag vroeger binnen het bereik van iedereen met een paar olijfbomen. Tot het grote geld haar deel van de pret opeiste. Nu is dezelfde olijfolie exclusief voor mensen met een grote beurs.

29 juli 15
De generatie van voor de oorlog bouwde rusthuizen voor hun ouders. Die van na de oorlog vond verpleegtehuizen beter voor hún ouders, met niet al te veel personeel. Zelf wil deze generatie later graag in omgebouwde villa's wonen, met veel groen rondom. 

31 juli 15
Er is een stuk van een vleugel gevonden dat van de MH 370 kan zijn.

Iedere generatie vindt haar eigen weg, met geld, met gezondheid, overdracht van kennis, ouderdom, vluchtelingen etcetera. 
In de wereldoorlog van 1914-18 vingen zes miljoen Nederlanders 100.000 vluchtelingen op. In 2015 willen 16 miljoen Nederlanders nog geen 4.000 opvangen. Het liefst vingen ze er geen een op. 

10 augustus 15
Ik denk dat ik nu begrijp waarom mensen op 10 mei 1940 zelfmoord pleegden. Dat waren volgens mij mensen die de krant lazen en de tekenen des tijds herkenden. Ze hadden in het verzet kunnen gaan, zeker. Ik denk, dat zij vooral de miljoenen meelopers voor ogen hebben gehad toen ze voor de dood kozen.

3 september 15
Vergeleken met twintig, dertig jaar geleden krijgen gays ALLE ruimte, net als conservatieven. Waarom dan toch doen alsof hen het recht van bestaan wordt ontzegd? Omdat we zijn gaan denken in termen van ik ik ik in plaats van wij.

11 september 15 18:26 uur
2½ lesuren, 2 afzeggingen, Mist, siësta.
Ik heb mijzelf altijd hoog ingeschat, privé, van binnen. Net als Balls vind ik mijzelf beter dan de tollenaars van deze wereld. Mensen noemen mij eigenwijs, en dat is ook zo. Wel kan ik ondertussen mijn ongelijk bekennen. Maar ik doe het zo weer, hoog van de toren blazen. 
 
10 oktober 15, zaterdag, 16:38 - Van knoflook krijg ik dorst. Een heerlijke boterham met drie teentjes, en mayo, om half 1. 
In de stromende regen naar de paarden gefietst. Het begon al in de nacht. En het is pas een dik uur geleden gestopt. 
Ik heb de eerste spruiten gekocht. Gisteren zag ik ze liggen, vijf zakjes van een halve kilo. Vanochtend om 12 uur lag er nog eentje. 
Het moest een keer stoppen. Het moet een keer stoppen. Je kunt niet eeuwig alles kopen wat los of vast zit, alles wat een ander ook zou willen hebben maar niet kan krijgen. Zoiets wekt afgunst op, eten tot bijna iedereen obees is, feesten van vrijdag tot maandag, niet discreet, nee, voor het oog van de hele wereld, iedereen kan het zien, niet alleen de buren, ook mensen verderop die het veel minder goed hebben.

Zaterdag 7 november 15
Onze leiders leiden niet. Ze kijken de kiezers naar de ogen. In plaats van ons te vertellen dat de koek op is, dat zij de koek hebben opgemaakt, dat wij samen de koek hebben opgemaakt, kortom dat er andere tijden aanbreken, vertellen ze dat de goede tijden zullen terugkeren als wij meewerken en bezuinigingen doorstaan. Zodat wij, de kiezers, nu woest reageren op de stroom van mensen die op ons afkomt omdat ze in onze weelde willen delen, ook willen profiteren van de ongekende welvaart waarover ze hebben gelezen en waarvan het internet hen nog dagelijks voorbeelden laat zien. 
 
donderdag 12 november 15
De EU vergadert op Malta met Afrika om van dat continent gedaan te krijgen dat er van daar geen mensen meer onze kant op komen. Nu kan ineens wel wat voorheen in Doha niet kon: op gelijke voet praten. Jammer, dat het nu te laat is. Afrikanen vragen niet langer, ze eisen. Ik vind het heel frustrerend! Dat onze leiders voor het oog van iedereen met hun geblunder wegkomen. 

zondag 15 november 15
Ik lees Fasseurs relaas over de val van De Geer als premier. Hij is heel tendentieus, vind ik. En nodeloos grievend over deze man. De Geer wordt afgeserveerd en Fasseur bevestigt de zoveelste mythe.
Hij heeft ook een eigenaardig beperkt wereldbeeld. Dat blijkt bijvoorbeeld als hij schrijft dat het hem bevreemdt dat de beide socialistische ministers ook in Londense ballingschap hun ideeen getrouw blijven.

maandag 16 november 15
Het komt maar zoals het komt, vindt 65% van de stemmers over een stelling over de opwarming van de aarde. Zelf doen ze er niets tegen en verder denken ze ook niet aan de mensen die wel met de gevolgen moeten leven. 

Als wij maat hadden weten te houden, niet obees waren geworden en niet de wereld hadden bereisd in een weekend, dan was er niemand op het idee gekomen om ons massaal te komen vermoorden. Wij staan er niet bij stil hoe we bij de buren overkomen die het zoveel minder hebben.
 
donderdag 19 november 15
Fasseur aarzelt lang om Wilhelmina's eigengereide en ongrondwettelijke handelingen te benoemen, laat staan te veroordelen. Hij wil de mythe niet wegnemen van Wilhelmina als een goede vorstin. Het kabinet heet zwak en de koningin een man. Terwijl het aan het kabinet te danken is dat Wilhelmina aan de regels van het spel werd gehouden.     Ze was ongeschikt voor haar baan, ongeschikt om koningin van Nederland te zijn. Alleen haar ministers hebben erger weten te voorkomen. En dan nog niet altijd. Colijn bleef zo lang omdat zij hem wilde als premier. Daardoor etterde de crisis van '29 nog jaren door, wat leidde tot ellende voor velen. 

zaterdag 21 november 15
Lees "Beatrix" voor de tweede keer. Prins Claus werkte in het begin aan de bewustwording dat we moesten gaan delen, Noord met Zuid. Zo wilden we dat in de aanloop naar de jaren tachtig. Het liep anders. Andere stemmen werden sterker. Prins Claus mocht zijn werk niet meer doen. Het streek grote ondernemingen tegen de haren. En het volk ging erin mee, aangelokt door rijkdom en weelde. Delen was er niet meer bij. 
Nu komt het Zuiden trouwens noodgedwongen halen wat we toen niet met hen wilden delen.

dinsdag 24 november 15
De recente aanslagen in Parijs zorgen voor schokgolven. Onze leiders worden alert en nemen maatregelen - de verkeerde. Straks valt de leiding als een rijpe appel in handen van het Front National en de PVV. Wat het ook zo in '33?

2 september 16, vrijdag
Ik ben slecht voorbereid op dit lichamelijk verval, de pijn, het ongemak, de stijve spieren, nooit meer 100% zijn, altijd wel ergens pijn, moe, bijna altijd, en dan de dood die me wacht, de aanloop er naartoe, nog meer verval, hulpeloosheid, kiezen die wegvallen, poep en pies buiten controle, anderen die zich ermee gaan bemoeien en mijn weerstand die het begeeft.
Ik las over een schrijver die net als ik één boek heeft gepubliceerd. Hij woont driehoog achter, heeft zijn leven lang gesappeld om te kunnen schrijven en dan krijgt hij een tumor. Hij schrijft een blog, wordt beroemd, men gaat zijn boek alsnog lezen, zes nullen kan hij krijgen, krijgt hij, maar hij gaat dood, er ligt een pistool op zijn nachtkastje. En toch: "Ik wilde schrijven."

6 september 16, maandag
Nog steeds heel warm. Elk gesprek begint met "Warm, hè?"
Ik ben opgegroeid met de overtuiging dat vroeger alles minder goed was. Thuis en op school leerde ik over armoede en misère in de tijd van mijn grootouders en ouders. Op de sociale academie ging het over het beter maken van een slechte wereld. Bij Stefan Zweig (Die Welt von gestern) lees ik over de wereld van eind negentiende eeuw, die nota bene beter was dan de onze in 1960! Ik lees over alle voorzieningen van die tijd en over het op grote schaal terugdringen van de armoede. Mensen hadden het goed, van de baas tot en met de dienstbode. Ze hadden huis en haard, allebei. Ze hadden zich verzekerd en zetten geld opzij voor later. En toch durfden ze het in 1914 aan om deze brave new world in de waagschaal te stellen, te vergokken, eraan te geven in ruil voor... een grote schoonmaak. Het zou vijftig jaar duren eer ze het weer zo goed hadden - in West-Europa. 
Alles op het spel gezet voor een oorlog. Gaan we dat nu weer doen?

9 september 16, vrijdag
Paul Theroux bekijkt China (Riding the Iron Rooster). Rode Gardisten noemt hij de Provo's van China, de 68-ards, de generatie 25 de Abril. Het was een globale beweging. Een generatie zonder respect voor gezag, die allereerst aan zichzelf dacht, altijd en overal. Een generatie van consumenten, van kopen, kopen, kopen. De generatie die aan de macht is. 
 
14 september 16, woensdag
Merkel heeft gezegd, dat we tegenwoordig in een marktdemocratie leven. In 1789 hebben we de macht aan politici toevertrouwd, die de absolute vorsten hadden vervangen. Dezelfde politici hebben die macht dik tweehonderd jaar later kennelijk weer aan de regenten afgestaan. We zijn terug bij af.  
Durão Barroso, ex-Lichtend Pad, ex-premier, ex-EU, kan voor vijf miljoen per jaar voor Goldman Sachs gaan werken. Waarom 'de politiek' daar juist nu schande van spreekt, geen idee, maar ze doen het, in koor.

16 september 16, vrijdag
Wat zegt dit over ons: "Van mij mag de les veel langer duren. Dan kan ik mijn hart luchten." Zegt een leerling. Tegen mij, de leraar Portugees. Waar hij komt om Portugees te leren. Op eigen initiatief, niet verplicht. 
"It is you, Gerrit," hoor ik vriendin M. zeggen, "It is who you are." Zal best. Maar het is ook wie wij zijn geworden. Egocentrisch, zonder oren, zonder aandacht, zonder oog voor een ander.
Trump wordt nog president van de VS, zul je zien. De tijden zijn er naar. Met Obama koos men in 2008 een opportunist, iemand met evenveel bagage als zijn voorganger. Deze keer kiest men voor de populist en tegen het establishment. Je zult het zien over twee maanden.
 
18 september 16, 7.34 uur
Oud, en der dagen zat. Honderd jaar geleden was het ook zondag (18.9.1972). Ik ontwaakte na een onrustige en korte nacht. Daarna zag ik de nieuwe situatie onder ogen. Ik was dus homofiel. Nou, vooruit dan maar. Eindelijk duidelijkheid. Die namiddag haalde A. mij op in de Opel Ascona van zijn vader om een stukje te gaan rijden. De vorige nacht op de brug, de hege brêge, had ik tegengesputterd, ja zelfs ontkend. En tijdens die rit volgde een nieuwe discussie. Ik gaf me niet zomaar gewonnen. A. zou me er weken later op wijzen dat je elkaars hand vasthield als je verliefd was en dat je seks met elkaar had. Daarna ging het nog niet van harte. Ik was te bleu, te bang. Onbekend terrein, waar ging dit heen?

22 september 16, donderdag
Ik denk dat het vakje "hs" niet voor mij was. Het paste me niet.

21 november 16, maandag
21.12 - Een speler van Atlético is woedend en bijt CR7 toe: Jij bent een flikker. Waarop CR7 antwoordt: Maybe, but I am loaded. 

22 november 16, dinsdag
Deze dag zal voor mij toch altijd de dag blijven waarop JFK werd doodgeschoten.
De confrontatie tussen die lul van Atlético en CR7 gaat de wereld rond. De fascinatie van mensen voor hs irriteert me zonder einde. Ze MOETEN het weten. Wie niet bekent, wordt veroordeeld, die is laf of hypocriet. CR7 is niet meer of minder homo dan de meeste mensen. Ze dwingen "de waarheid" af. Zoals ooit die man op mijn werk mij een bekentenis afdwong. Hij vermoedde iets, rook onraad, voelde zich onveilig, wilde er de vinger opleggen, treiterde me daarom eindeloos, totdat ik me niet meer kon inhouden, op de tafel sloeg en eiste te weten wat hem dwarszat. Het is die speler van Atlético die op de pijnbank van de publieke tribune moet, niet CR7. 

29 november 16, dinsdag
9:32 - Ik heb er weer schoon genoeg van. De dag is iets meer dan drie uur oud en ik wil alweer dood. Vrede met de wereld, vrede met mezelf, vrede met wie ik ben - dat mis ik, dat heb ik nodig. De Boeddha van Nazareth heeft het me ooit geleerd. Ben ik die lessen vergeten? Lessen in nederigheid, lessen in mededogen, lessen in begrip. Ik erger me alleen maar. Ik naai mezelf op. Ik voer woedende monologen in mijn hoofd. Als ik wapens had, zou ik elke dag een bloedbad aanrichten. Ik beklaag mezelf. Ik ben verongelijkt. Voortdurend.
14:25 - Het gaat weer wat beter. Ik ben gewoon moe, dat speelt mee, aan vakantie toe of aan lezen en schrijven, mijn gedachten in fictie kunnen omzetten, zonder gestoord te worden, in een kamer met uitzicht op de oceaan, als Mr Cornwell, alias John le Carré. Allez!
 
12 december 16, maandag
19:48 - De Britse gezondheidszorg staat op het punt van instorten, bericht de Guardian. Natuurlijk! Als de politieke macht is overgedragen aan de economische macht - zoals Merkel bevestigde - dan gaan aandacht en geld allereerst naar de banken, de markten, de economische agenten. Zo schiet een goede gezondheidszorg voor de meeste mensen erbij in. En ook hun veiligheid lijdt onder een goedkopere politie- en legermacht. De economische agenten vreten al het geld op.

26 april 17, woensdag
Privatiseren doen we niet omdat het volk er baat bij zou hebben. Dat is het smoesje, de leugen om bestwil. Nee, we privatiseren om er zelf beter van te worden, meteen. Zie Madrid, sinds de 21e weer in het nieuws omdat zovelen in de stadsregering zich hebben verrijkt dankzij... de privatiseringen.

23 juni 20
Lord's Day, so up betimes and to the kitchen. 
Wanneer de bestaande orde tekortschiet, gaat de deur open voor alternatieven. In onze tijd is dat voor types als Baudet, Trump en Boris Johnson, Duterte, Bolsonaro en Orban. Om er een paar te noemen.
 
31 oktober 22
Lula (77) is de nieuwe president van Brazilië. Het lijkt erop dat we tegen het einde van het Westerse Rijk alleen nog keizers en consuls hebben die òf oud zijn, uit betere tijden stammen en die ook betere tijden hebben gekend, òf die uitpakken als ongeleide projectielen. 

2 november 22
Koud! 14⁰ om 7 uur. En om 8 uur nog steeds. 
Ook de Israëliërs kiezen voor wat was en niet meer is, wat aan het verdwijnen is, de wereld die ze zich menen te herinneren. 

 6 juni 23, dinsdag
11:58 uur - Ik moet steeds denken aan de 6e juni 1944. Hoeveel soldaten waren tegen deze tijd al gesneuveld. Voor de fouten van onze leiders, voor onze laksheid. Mensen, wij zijn het: mensen. Niet Nazis: wij mensen. Niet de Belastingdienst: wij mensen. Niet een verouderd computersysteem: wij mensen. Niet de regelgeving of de protocollen: wij mensen. 

Porno dagboek

4 juni 22

Op GayBoys Tube is het om te wenen. Film na film met eenlingen voor een camera of gasten voor wie seks de routine en de normaliteit van heteroseks heeft gekregen: eerst a, dan b, dan c, heel netjes en volgens protocol. En omdat het voor de camera is, zijn ook hun blikken helemaal zoals het hoort. Ooit maakte dit heteroseks zo saai dat iedereen vreemdging.

17 mei 23

Alweer geen enkele film op GayBoys Tube die me aanstaat. Alleen maar tiepgeiten, oftewel gasten met een webcam en een toetsenbord. En zogenaamde "Classics" en "Vintage" - het verschil tussen die laatste twee is me onduidelijk. O ja, en straights zijn populair, gasten die elkaar meteen gaan kussen of hem al hebben staan zodra ze worden aangevat. Labels werken niet, of alleen voor psychiaters en zorgverzekeraars.

21 mei 23

Sommige webcammers lijken meer op kantoorpikken, van die tiepgeiten die iets voor me moeten opzoeken op de computer en dat niet 1-2-3 kunnen vinden. Eeuwig zijn ze in hun blootje met hun toetsenbord in de weer, pik in de aanslag, en aan hun gezichten kan ik zien hoe ze telkens denken: Waar is het? Wat is het? Is dit het? Ja, daar is het! Nee, toch niet! Moet ik het hier van verwachten? Of toch van dat? Enz. Zielig.

Geestelijke gezondheid

26 oktober 22 
Er zijn mensen die menen dat ze Churchill zijn of Thatcher. Die worden door verstandige mensen opgevangen en behandeld. Tenzij het om [Britse] politici gaat. Dan worden ze door kiezers tot hoge ambten geroepen.

donderdag 30 maart 2023

Portrait

PORTRAIT OF A MAN LIFE-SIZE

 

BY

 

GERRIT JAN VAN DER DUIM

 

 

FOR RACHEL

 

 

 

 

 

 

 

Listen what happened to me because I lived next door to a Secretary of State.

Now don't think I lived in a smart neighbourhood. They were Victorian houses, built in the middle of the last century. Good, square, solid houses they were, but not properly looked after by their previous owners and then sold on to whoever wanted to buy them, some thirty years ago.

They had plenty of space. Each house had a basement, a garden in front and behind. Our terrace even had a public garden across the street.

When I bought my house, the council had assured me that there were no plans for any new buildings. They preserved every tree and shrub, they said.

But ten years later, the effects of the baby boom caused sacred values to lose value: a block of flats was built right opposite my house. It was only four storeys high, very modest I admit, but they were four too many. And in the end they meant the downfall of our street. But let's not rush on ahead and forget about the details. There's my basement for instance.

I still feel sentimental when I come to speak of it. I am homeless now but once I was the proud owner of a house with a basement. A small flight of stairs, down of course, and a green door with a brass handle opened to a tiny square hall in which a light was always burning. There followed a second door, into the living room. It was a short rectangular room, painted in bright colours. The windows were placed high and gave me a view of the front garden. From my armchair beside the fire I could just spot the long stems of flowers strong-minded enough to skirt the concrete paving stones.

I actually came to live in my basement. Quite soon after I had acquired it, the house above proved too big for my aspirations. I lost myself in the multitude of rooms and felt like ever extending jelly, flatter and flatter. So I decided to let it to a Swiss couple. They were usually on the continent, travelling, and the concrete paving stones were their idea of a garden.

At that time, I did not ask more of life than food, quiet and the arts. The basement provided me with the right amount of space to feel at ease. No extra rooms to fill with yet another aspect of my personality, or to paint with different colours, to furnish with new paintings and challenging books, thereby perhaps wakening deeply buried emotions.

Its limitations gave me a sense of security. I could feel the four walls surrounding me. There was a front door and a back door and everything else was in between them. Above me I knew the solid structure of the house, and whole floors looked after by other people. I felt unexposed, like a chick under a hen.

Beside a living room I had a small kitchen, where I prepared my meals, and a bedroom with a radio and television - a perfect hide-out. The back garden was mine and bordered on the garden of the Secretary of State.

As I said, it wasn't the kind of neighbourhood where you would expect a high-ranking politician to live. But then he had only recently become a Secretary of State. Before that he used to be a very unobtrusive Member of Parliament. I had never known him to make a speech, either in Parliament or at meetings reported by the press. To be true, he hardly rose from his seat. You would find him working at his home most of the time, where he read every paper both Government and Opposition produced, and made comments on them for his colleagues, who would benefit from his knowledge at their own public appearances.

The sudden death of his predecessor, however, had promoted him to the rank of Secretary of State. It was explained to the nation that his appointment was only due to the fact that every other available candidate was busy working for the coming election. My neighbour was to be replaced soon after that.

It wasn't a very lucky start, to say the least, but he must have considered it his chance of a lifetime because, to the surprise of everyone who followed politics, he developed a kind of enthusiasm for the job unknown to his colleagues, who were by then worn out by five years of governing. With great style he took every possible issue nearing his field of concern in his stride, gaining the admiration of most seasoned commentators and some intrigued colleagues from both sides of the House.

One of the problems in which he became immersed was the matter of the flats opposite our terrace. But first, let me tell you what preceded his involvement.

One day, a big yellow crane was wheeled into our street. Lots of important people milled around, as they usually do when some new project is about to start - and workmen of course. They planted the crane right at the very edge of my front garden. Its tentacles, with which it prevented itself from falling either side, seemed to take root in the asphalt and concrete, and out of my armchair I saw yet another stem in my garden.

The crane had come to demolish the block of flats opposite my terrace. There were no longer enough young couples to live in the apartments. The rise in birth-rate had been brought to a standstill and the effect of this was felt all over the country. Our city was hit even worse than average. Because of the downfall of our main industry, unemployment grew rapidly, leaving scores of people with little money to spend. In a way, the block of flats had become superfluous and expensive as well. So great had been the cost of this still recent building that the council had to levy very high municipal rents to meet its interest charges. In short, the council had decided that the ground was to be sold to a private company, which intended to build a multi-storey car park on the site. The remaining inhabitants of the flats had been offered housing in low rise developments.

I felt I had no say in the matter. Who was I to oppose a city council fighting off the effects of a depression that hit the whole country? Besides, it only came to the attention of most people long after public notices had been hung on lamp posts and remaining inhabitants had been consulted. It was the crane that made everyone aware what was about to happen. Suddenly the city seemed crowded with youngsters carrying banners and wanting all sorts of things. Even some of my hitherto quiet neighbours joined in the protest. They formed a committee, focusing on the need for green areas. But so did the middle classes, who were anxious to find good parking space.

Apparently it wasn't the right time for disagreements. Within weeks the matter had gotten completely out of hand. There were clashes between the opposing parties and with the police. Barricades were thrown up by youths to prevent workers from continuing their job. Backed by a slightly positive tendency in reports by the press about their case, the youths declared the city council illegal and the street theirs. In a last effort to show who was really in control the authorities erected fences on either side of the street. These fences were too high to climb over and they had a door, a kind of checkpoint guarded by extra police that had been drafted in from other areas. Everyone who entered the street had to show some kind of identity card to be allowed entrance; only the Secretary of State had a key to both doors in case he was urgently needed in Cabinet.

At this stage all work on the block of flats had stopped. The eyes of the nation had made our local political leaders impotent. They waited for others to decide and act.

I did not feel very happy in my basement any more. I thought of moving to friends for a while until things had been sorted out properly and a new situation settled to everyone's satisfaction. But could I leave the basement unguarded, knowing there might be more violence in the near future? In a weak moment I confided my sorrow to my neighbour, the Secretary of State. He had not had my vote, but still, he was my neighbour.

What did he think about it, I asked him? And could this go on for ever?

We were standing near the checkpoint on the east side of our street. I had returned home for lunch, he was about to leave.

"No, no", he said. I was quite right. This was sheer madness, loony left, no less. And he intended to do something about it this very day. He already had all the necessary information in his briefcase and he was going to take it up with Cabinet. There they would know how to deal with these matters.

"Mark my words", he said. "Tomorrow morning work will be resumed and by the end of the day the top floor will have been removed."

It wasn't the job, you see. And he didn't fear the resistance. If you got things moving, the other parties would see their defeat soon enough.

"But mum's the word. Don't mention anything to the press until you have seen the results."

He left in a hurry, his key in his pocket, with a salute from the policemen on duty. He looked very reassuring, a man about to be tested on his deepest beliefs and instincts, knowing he would gain from the experience.

I felt very pleased, almost comfortable, and full of gratitude towards the party that produced men like my neighbour. At times like this they knew how to take the burden from their voters' shoulders; quite different from the ineffective local authorities.

I went to bed late that night, cheered up because of these sudden developments and the better outlook on the future. It made me more confident and energetic, as if I could go on for days without a rest, wanting to taste the meaning of every minute I lived.

There seemed no need to call my friends. I could very well cope with a few more weeks of fences and checkpoints now that I knew there was to be an end to all this.

 

The following morning, I woke early to the sounds of shouting workmen and the din of the crane starting its engines.

He'd done it! My neighbour, my Minister had actually been successful. He would definitely have my vote this time, I thought instantly, overwhelmed by a feeling of unity, as when listening to the Queen's Message on Christmas Day.

Breakfast was ready in twenty minutes. I had decided to have a proper one, in the living room: juice, cereal, bacon and eggs, toast and marmalade, and coffee to finish it off.

As I sat down there was an explosion, like those you hear in war films, immediately followed by confused shouting of people in panic. I looked up through the window and saw the crane topple over, very slowly, towards my house.

 

I met my neighbour again at a hastily arranged press conference in a nearby primary school late that morning. I was among a crowd of people, neighbours, politicians, journalists, social workers and ordinary citizens, but he picked me out as soon as he entered the classroom.

"I’m awfully sorry about your house", he said, "but we'll see to it that you'll get sufficient compensation as soon as things are back to normal. You can stay with friends of course."

He gave me no time to burden his conscience with my sorrow, but headed for the microphones. They were to be his new life.

 

I never met him again personally. He dominated the screen and the headlines, then moved to another neighbourhood and a grander house after his party had won the elections because he had "so brilliantly handled the affair."

I was left behind without my basement to protect me. Of course I stayed with friends. They took care of me very kindly. And my insurance provided me with a lot of money, enough to buy a new house, especially after the council lost its case and had to pay me a heavy compensation. But I never got round to buying a new property again. I realised there was never going to be a second basement for me. Without the safety of the four walls surrounding me I saw what dreams I had been dreaming inside them. Their security was wafer thin. Paradise had been lost; the innocence of life had gone with it. Quiet was beyond reach and the big world lay ahead for me to fill with what was left of me.

 

1988

zondag 26 februari 2023

De bokser

Het strand bij Lower Largo. Een klein dorp in Fife, huizen en tuinen tot vlakbij de zee. Zo dichtbij is de kustlijn dat de golven bij vloed tot de tuinmuurtjes reiken. Aan het einde van het dorp beginnen de duinen. Daar wordt het strand breder. Als zeewering zijn stenen gestort. Grote vierkante blokken beton liggen als een smalle verdedigingslinie tot de duinen uitgestrooid. Drie, vier kilometer lang strand en nauwelijks een mens te zien.
 Hier zat op een doordeweekse dag tijdens de zomer van 1958 een jongetje met zijn moeder voor een blauw zonnescherm. Zijn vader zat erachter. Die hield niet van de zon. Een al te bruine huid zou hem in de ring belachelijk doen lijken. Later in de middag, toen de zon minder fel was gaan schijnen, ging hij met het jongetje naar de waterrand. Hij stroopte zijn broekspijpen op en samen sprongen ze over de toppen van de golven tot het jongetje omviel en kletsnat door zijn vader naar het scherm werd gedragen. Zijn moeder had zitten toekijken en sigaretten gerookt. Nu stond ze klaar om het jongetje van zijn vader over te nemen. Ze kleedde hem uit, droogde hem af en zette hem met een snoepje in de mond in een eerder die middag gegraven kuil. Daar zat het jongetje toen, en hij keek over de baai naar de heuvels aan de overkant. Toen viel hij in slaap, zijn hoofd tegen de rand van de kuil, zijn benen onder zijn lijfje gekruld, bijna de hele middag vergeten. 
 Er is een foto gemaakt van het dagje aan het strand bij Lower Largo. Daarvoor had de vader de kuil nog dieper gemaakt. Het jongetje was erin gaan zitten en daarna had zijn vader de kuil weer vol geschept. Het hoofd van het jongetje stak boven de zandhoop uit. Hij had zijn hals gerekt om recht in de camera te kunnen kijken. Vlak naast hem, zijn arm achter het jongetje langs, zat trots zijn vader. Hij keek naar het jongetje, maar die zag het niet. 
 Op een andere foto van die middag, een foto die wel bewaard is gebleven, zitten ze samen achter het windscherm, de vader en de moeder. "Wat waren ze jong," denkt het jongetje elke keer wanneer hij later naar de foto kijkt, "gepassioneerd jong, onverantwoordelijk jong. Ze dachten alleen aan zichzelf en aan elkaar." 

 Zijn vader was bokser. Toen hij drie jaar was kreeg het jongetje een paar bokshandschoenen kado en die avond nam zijn moeder hem voor het eerst mee naar een wedstrijd. Een tot dan toe ongekende sensatie kreeg vat op hem toen hij zijn vader de ring zag binnenkomen, samen met zijn tegenstander. Het jongetje reikte de hand uit naar die van zijn moeder naast hem, en tastte in de leegte. Toen hij opkeek, zag hij dat zijn moeder was gaan staan en met opgeheven armen, een sigaret in haar mond, in de richting van de ring stond te gebaren. Ze schreeuwde en juichte. Hij werd de stemmen gewaar van de mannen achter en voor hem en mengde de zijne met het gebrul van de menigte. Het jongetje voelde zich groter en groter worden en schreeuwde en gilde zoals hij niet meer had gedaan sinds hij een baby was. Alle lucht die hij in zich had kwam eruit. Hij proefde het zweet op zijn lippen, dat zout en zoet tegelijk was, en zijn lichaam reageerde onwillekeurig op de bewegingen van de massa. Er was geen hand meer of stem die hem ervan weerhield uit zijn stoel op te staan. En al die tijd juichte hij de verkeerde bokser toe.

 Op een dag was zijn vader weggegaan en niet meer teruggekomen. Die dag had het jongetje zijn bokshandschoenen in het zand op het industrieterrein achter het huis begraven. Zijn moeder had hem in een auto gezet, naast een man in een grijs pak die hij niet kende. Zelf was ze voorin de auto gaan zitten en een chauffeur had hen naar een groot huis gereden, in het midden van het land, waar geen zee meer was. 

 Toen de carrière van zijn vader ten einde was gekomen, hadden de kranten daar lovend over geschreven. Het jongetje kende hele passages uit zijn hoofd. "In de garage waar hij als monteur werkte, heeft hij ongetwijfeld de nodige spierkracht ontwikkeld. Gezegend met een natuurtalent en de bereidheid om hard te werken, bouwde hij een serie overwinningen op tegen aanzienlijke tegenstanders en werd zo reeds op zijn 21e de held waarop het publiek had zitten wachten. Tijdens wedstrijden kon hij gemeen uitslaan en was hij soms beangstigend fel, maar wie hem buiten de ring kende, roemde zijn hartelijkheid en goedaardig karakter." 
 Het meeste wist het jongetje nog van vroeger, alleen van het laatste was hem geen herinnering bijgebleven. 

 Lange tijd gebeurde er niets, tot het jongetje op een nacht wakker van een droom waarin zijn vader hem vanachter wilde nemen. Het enige dat het jongetje had kunnen doen was heel hard in de vinger van zijn belager bijten. Pas toen hij het bloed in zijn mond voelde stromen, had hij losgelaten. Zijn vader was achteruit geweken en had hem geschokt en ongelovig aangekeken, alsof hij de woede van het jongetje niet begreep. 

 De volgende dag reed het jongetje de 300 km terug naar waar hij vroeger had gewoond. 
 "Jij was bokser geworden als ik niet was weggelopen", zei de vader tegen zijn zoon en liet hem zijn tekeningen zien. 
Op grote witte vellen waren ze aan de kale muren geprikt. Haastige zwarte lijnen creëerden een bokser die in gevecht was gewikkeld met een nog minder gedefinieerde tegenstander en naar een kans zocht om uit te halen. 
 "Je had de bouw van een bokser, vechtlust, en geen angst. Je kwam mijn wereld binnen zonder dat ik er iets aan deed. Als kind van nog geen vier kende je elke bokser die ik je noemde, hun trainers en de scheidsrechters die ertoe deden. Meer dan je moeder maakte je deel uit van mijn wereld, meer dan een vader van zijn zoon zou kunnen verlangen. We waren een team, tot ik ermee kapte." 
 "Je liegt", zei het jongetje tegen zijn vader en samen bekeken ze de lijnen die een man leken te vormen, een jongen nog misschien, naakt. Ze openden zich aan alle kanten en lieten rode vlekken binnen, niervormige hemellichamen die in en rond de bokser leken te zweven. 
 "Ik kon niet anders. Boksen was alles voor jou. Je was niet geïnteresseerd in wat ik wilde. Er is een foto van jullie tweeën, moeder en jij, op het strand bij Lower Largo. Ik wilde er ook op. Ik wilde naast jou zitten, je lijf tegen mij aan voelen, je arm om me heen. Maar je wilde er alleen met haar op. Je zette me in een kuil naast het windscherm en van daaruit zat ik naar jullie te kijken. Eerder dus al, veel eerder dan jij denkt, heb je me aan de kant gezet."
 De vader spreidde zijn armen. Wilde hij het jongetje erin sluiten? Die kon het niet weten. Die zag het ook niet. Die zag alleen maar zijn vader, in ongedekte positie. Hij balde zijn rechtervuist zoals hij in jaren niet had gedaan en een lang niet gevoelde sensatie kreeg vat op hem toen hij toesloeg. 

 Amsterdam, 1991/1992

zondag 19 februari 2023

Een zoete waan


Een zoete waan

De burgemeester was gestorven en er moest een nieuwe worden gevonden. Dat ging niet zo gemakkelijk als de gemeenteraad wel wilde. De kandidaten die de commissaris van de koningin voorstelde maakten niemand echt enthousiast. Er was geen man of vrouw bij die het dorp iets te bieden leek te hebben. Bovendien moesten de altijd weloverwogen adviezen van de oude majesteit zelf worden gemist. Zij was ziekelijk en kon zich voorlopig niet met de sollicitaties bezighouden. Toen de politici het vervolgens af lieten weten en het zoeken opgaven was in kleine kring het idee ontstaan om iemand uit het dorp te vragen en die dan maar zelf te benoemen. Hoe ze op de jongen gestuit waren is niet meer te achterhalen. Feit is dat de dokter en de notaris op een dag bij hem op de stoep stonden, binnengelaten werden en vroegen of hij hun burgemeester wilde worden. Ze kenden de jongen allebei vanwege hun werk. De dokter had hem voor al zijn kinderziekten behandeld en de notaris was destijds gevraagd het testament van zijn ouders op te maken. Ze vonden hem intelligent, zelfstandig en erg innemend. De dood van zijn vader en moeder had de jongen vroegtijdig volwassen gemaakt. Hij leek een speels gevoel voor verantwoordelijkheid te hebben ontwikkeld en bezat een ernst die ze bij geen van zijn leeftijdsgenoten aantroffen. 
Toen de jongen hoorde dat de notabelen hem burgemeester wilden maken, was het alsof de hele wereld ineens tot volle bloei kwam. Hij raakte bedwelmd door haar geuren, in zijn oren zoemde het van geluk en hij voelde zich licht worden in zijn hoofd. Niet dat hij alles van burgemeesters wist en er van jongsafaan één had willen worden. Het was de uitverkiezing die zijn leven rond maakte, de eer die het dorp hem aandeed. Hij zou er de hele dag aan kunnen denken, om dan 's avonds met een voldaan gevoel naar bed te gaan. Zonder aarzelen stemde hij toe, en de dokter en de notaris liepen naar het gemeentehuis om de ambtenaren van het nieuws op de hoogte te stellen. 
Daarna gebeurde er wekenlang niets. De jongen ging overdag naar school, net als anders, en de avonden bracht hij thuis door, in stilte genietend. Zijn verkiezing koesterde hij als een geheim. Het was hem veel te mooi om met anderen te delen. Deed hij dat wel dan zou het geluksgevoel misschien verloren gaan en zijn leven alleen maar weer gewoner worden. Een enkele keer echter, meestal vlak voor het slapen gaan, knaagde er onrust aan zijn ziel. Dan was hij bang de dokter en de notaris niet goed begrepen te hebben. Was er tijdens de korte ontmoeting die hij met de twee had gehad echt niets meer gezegd dan wat hij had gehoord? Een antwoord op zijn vraag vond de jongen niet, omdat hij altijd snel in slaap viel. 's Ochtends leek de lichte paniek van de vorige avond alleen nog een gril, en hij zette zijn mijmeringen voort. Zolang de notabelen tevreden waren zou hij zich blij kunnen voelen. 
Het was uiteindelijk de dokter die na veel heen en weer gepraat op de jongen werd afgestuurd met de boodschap dat het uit was tussen hem en het dorp. Het burgemeesterschap ging naar een ander omdat hij ongeschikt was gebleken voor het ambt, dat kon de dokter hem officieel meedelen. Geen dag, nog geen uur had hij zich op het gemeentehuis vertoond, voegde hij er zelf boos aan toe. De notabelen hadden verwacht dat hij zich zou inspannen om hen en het dorp voor zich te winnen. Ze dachten dat hij alleen maar ontdekt hoefde te worden om in actie te komen. Maar uiteindelijk was gebleken dat ze zich hadden vergist.

Amsterdam, 19 april 1991 
Gepubliceerd Begane Grond 2/91